De Corsicaanse koninginnenpage is een grote en opvallende vlinder behorend tot de familie van pages (Papilionidae).
De vleugels zijn zwart met gele tekening en hebben op de achtervleugel korte uitsteeksels in plaats van lange staarten.
Op de achtervleugels zijn blauwe bandjes en vaak kleine oranje vlekken zichtbaar.
Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar, er is geen duidelijk verschil tussen de geslachten.
De onderzijde van de larve is groen met donkere strepen en kleine rode en gele punten, waardoor deze goed gecamoufleerd is tussen de waardplanten.
Vliegtijd en levenswijze
Deze soort vliegt hoofdzakelijk in het voorjaar en begin zomer.
De meeste vlinders zijn actief van ongeveer midden maart tot begin juni, met mogelijke waarnemingen van latere exemplaren tot in juli of augustus.
In het algemeen lijkt er één generatie per jaar te zijn, hoewel er aanwijzingen zijn voor een gedeeltelijke tweede generatie wanneer de omstandigheden dat toelaten.
De vlinders zijn krachtige, snelle vliegers en worden vaak gezien boven open, zonnige terreinen.
Mannetjes vertonen regelmatig 'hilltopping' gedrag waarbij ze rond toppen van een heuvel of ander markant punt patrouilleren om een partner te vinden.
Ze bezoeken bloemen voor nectar, bijvoorbeeld distels en andere rijkbloeiende planten.
Voorkomen
De Corsicaanse koninginnenpage komt uitsluitend voor op de mediterrane eilanden Corsica en Sardinië.
De soort heeft een voorkeur voor halfopen, zonnige hellingen met een mix van kruidenrijk grasland, struikgewas en rotsachtige stukken terrein.
Vaak wordt deze vlinder aangetroffen op middelhoge tot bergachtige locaties tussen ruwweg 400 en 1500 meter boven zeeniveau.
Soms worden verspreide exemplaren ook op lagere of hoger gelegen plekken gezien, maar de kerngebieden blijven de droge graslanden en open hellingen van het binnenland van de eilanden.
Voedselplanten rups
De rupsen van de Corsicaanse koninginnenpage eten vooral planten uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
De belangrijkste waardplant is de reusachtige venkel (Ferula communis) en Peucedanum paniculatum, maar er zijn ook waarnemingen van vraat op Korstische wede (Ruta corsica) en andere verwante soorten.
De rups voedt zich met de bladeren van deze planten en ontwikkelt zich daarop tot ze gaan verpoppen.