Zuidelijke pijpbloemvlinder - Zerynthia polyxena
Beschrijving
De Zuidelijke pijpbloemvlinder is een middelgrote dagvlinder uit de familie van de pages met een opvallende tekening.
De vleugels hebben een gele tot crème-gele basiskleur met een ingewikkeld patroon van zwarte banden en vlekken.
Op de achtervleugels bevinden zich vaak rijen van blauwe en rode markeringen langs de rand, wat samen met het donkere patroon zorgt voor sterke contrasten en een karakteristieke uitstraling.
De rupsen zijn tot zo’n 35 millimeter lang en laten na de eerste vervellingen een geelachtig lichaam zien met zwarte en oranje uitsteeksels.
Vliegtijd en levenswijze
Deze soort vliegt in één generatie per jaar en is vooral in het voorjaar actief.
De volwassen vlinders verschijnen doorgaans vanaf april en zijn tot in mei of begin juni te zien, afhankelijk van het lokale klimaat en de hoogte van het leefgebied.
De vliegtijd is relatief kort en volwassen vlinders blijven vaak niet lang in het veld zichtbaar.
Vrouwtjes leggen hun eitjes afzonderlijk of in kleine groepjes op de onderzijde van de bladeren van de waardplanten.
Na een korte incubatieperiode komen de rupsen uit en voeden zich eerst met de bloemen en jonge scheuten, waarna ze na de tweede vervelling ook de bladeren gebruiken als voedselbron.
De pop overwintert aan steunpunten zoals vegetatiestengels, waarna de volwassen vlinder het volgende voorjaar tevoorschijn komt.
Voorkomen
De Zuidelijke pijpbloemvlinder komt voor in warme, open en zonnige landschappen van Zuid-Europa tot delen van West-Azië.
Het verspreidingsgebied omvat onder andere het zuidoosten van Frankrijk, Italië, de Balkanlanden, Griekenland en soms verder naar het oosten.
Binnen dit areaal leeft de soort in grasrijke weiden, open hellingen, rivieroevers, ruigten en andere halfopen terreinen waar de waardplanten groeien.
De vlinder wordt meestal gevonden op laag tot middelmatig hoogte, van zeeniveau tot rond 900 meter, maar kan lokaal ook hoger worden gezien in geschikte habitats.
Voedselplanten rups
De rupsen van de Zuidelijke pijpbloemvlinder zijn gespecialiseerd in het eten van planten uit de pijpbloemfamilie (Aristolochiaceae).
Belangrijke waardplanten zijn onder meer Aristolochia clematitis, Aristolochia rotunda, Aristolochia pistolochia en Aristolochia pallida, waarvan de rupsen zich voeden met bloemen, scheuten en later het blad.
Deze planten bevatten giftige stoffen die de rupsen kunnen verwerken en opslaan, waardoor de volwassen vlinders onsmakelijk zijn voor veel predatoren.
De aanwezigheid van deze specifieke waardplanten bepaalt sterk waar de soort kan voorkomen en zich succesvol kan voortplanten.