Het Oostelijk oranjetipje (Anthocharis damone) is een dagvlinder uit de familie van de witjes (Pieridae).
Het mannetje heeft opvallend gele vleugels met een grote oranje vlek aan de punt van de voorvleugel, omrand door een smalle zwarte rand.
De onderzijde van de achtervleugel toont een geelgroene tekening met subtiele grijziggroene vlekken.
Het vrouwtje is daarentegen wit met een gele waas aan de bovenkant van de vleugels, met donkere vleugel uiteinden.
Ik heb deze vlinder alleen op het eiland Sicilie gevonden, op de hellingen van de Etna.
Het is echt een schitterend en verfijnd vlindertje dat bijna onophoudelijk hellingen op en af vliegt.
Vliegtijd en levenswijze
De vliegtijd van het Oostelijk oranjetipje ligt meestal tussen april en juni, afhankelijk van de locatie en hoogte.
In sommige zuidelijkere gebieden begint de vliegperiode al in maart, terwijl in bergachtige of hoger gelegen delen deze tot begin juli kan doorlopen.
De rupsen ontwikkelen zich op de waardplant in de lente en de verpopping gebeurt aan dorre stengels.
Daarna overwinteren ze in het popstadium.
Voorkomen
Deze vlinder komt voor in Zuid-Europa, met name in Zuid-Italië (inclusief Sicilië), de Balkan (zoals Griekenland en Macedonië).
Hij prefereert droge, stenige hellingen (bijv. kalkhellingen), open ruigtes of rotsachtige zuid- exposities en soms rotsige graslanden.
Voedselplanten rups
De rups van Anthocharis damone voedt zich vooral met Isatis tinctoria (de gele wede), een kruisbloemige plant die goed groeit op zonnige, rotsige hellingen.